dinsdag 20 mei 2014

Dinsdag 20 mei

Om 11:10u vanmorgen vond het gesprek met Dorien, de oncologieverpleegkundige, plaats in het ziekenhuis. We waren met zijn vieren vertegenwoordigd en namen plaats tegenover haar bureau, Niek in een rolstoel van het ziekenhuis met naast haar een kapstok met wielen waaraan een infuus met zoutoplossing was opgehangen.

Maandag, de dag ervoor, was Niek opgenomen op de AOA (Acute Opname Afdeling), vanwege een pijnlijke, rochelende ademhaling en vermoeidheid. Na een korte controle bleek er sprake te zijn van een longontsteking. Niet aan gedacht. Ze had ook koorts, dus dat verklaarde de onderliggende infectie. Na een boost met amoxicilline/clavulaanzuur, een combi-antibioticum was de koorts vrij snel gedaald; al dezelfde middag. Omdat het antibioticum nog moet uitwerken mag ze de eerste 48 uur nog niet naar huis.

Zoals gezegd was vanmorgen het gesprek met Dorien. Eerst een korte kennismaking waarna vervolgens het behandelplan werd uitgelegd. Er moest eerst nog een afspraak worden gemaakt op de ARTI, de afdeling radiotherapie, omdat de behandeling start met de tumor in haar hoofd. Deze levert een meer acute bedreiging op dan de longtumor. De ARTI is een geheel afgescheiden unit op het terrein van het ziekenhuis. Dorien regelde tussendoor de afspraak, die nu morgenochtend (woensdag) om 09:30u plaats vindt.

Er volgde een uitleg over de chemokuur. Een week voorafgaand aan deze kuur, die pas na de radiotherapie aanvangt, krijgt ze een boost met vitamine b12 en foliumzuur, om de zware aanslag van een chemo het hoofd te kunnen bieden. De gehele behandeling gaat naar schatting zo'n 12 weken in beslag nemen, steeds met een paar weken tussenruimte. Omdat de resultaten van de biopsie van vorige week nog niet binnen waren, kon men nog niets met zekerheid zeggen over de medicatie van de chemokuur. Inmiddels zijn er veel verschillende chemo-middelen voor verschillende vormen van tumorweefsel, waarbij sommige zelfs specifiek op het DNA van de cel ingrijpen, de zogenaamde TKI's (Tyrosine Kinase Inhibitor). Deze middelen schijnen weinig of geen bijwerkingen te hebben en zijn specifiek voor een bepaald type cel. Of dit middel zal worden toegepast is nog afhankelijk van de uitslag. In het andere geval wordt cisplatine, gecombineerd met pemetrexed (alimta) gebruikt. Ook hiervan wist Dorine te vertellen dat deze middelen al lang niet meer de bijwerkingen hebben die ze jaren geleden nog hadden, zoals haaruitval (nu nog in zo'n vijf procent van de gevallen) en misselijkheid. Gedurende de toediening van de chemo moet ze 24 uur in het ziekenhuis blijven; daarna mag ze naar huis bij een gunstig verloop.

Morgenochtend volgt het gesprek met de radiotherapeut. Op het moment ligt ze op afdeling A6, vleugel 4, kamer 4.04.